Onze keuze voor het tijdskader omstreeks 1700

De stichters van de vereniging 'Regiment Spinola' wonen en werken in de regio Landen-Zoutleeuw (provincie Vlaams-Brabant) en ervaren in hun professionele werkcontext dat re-enactment een meerwaarde betekent bij publieksactiviteiten rond geschiedenis en erfgoed. Het is immers een zeer laagdrempelige manier om een stuk van de geschiedenis en het lokale erfgoed onder de aandacht te brengen.


Projecten omtrent het vestingverleden van Zoutleeuw en de Eerste Slag bij Neerwinden (1693) bepaalden mee de keuze om een re-enactmentgroep op te richten betreffende de periode rond 1700. Dit is bovendien een periode waarrond voorlopig nog maar zeer weinig re-enactmentgroepen bezig zijn in België.

Algemeen historisch kader

Anno 1700: onze Zuidelijke Nederlanden maakten deel uit van het grote - doch verzwakte - Spaanse rijk. Bovendien zaten we geprangd tussen de grootmachten van toen: Frankrijk, Engeland, de Nederlandse Republiek en het Duitse of Heilige Roomse Rijk. In onze streken zorgde dit voor een woelige periode met doortrekkende legers, belegerde steden, grote militaire kampementen, foeragetochten, inkwartieringen, veldslagen, ... 

https://commons.wikimedia.org/wiki/File:Low_Countries_1700.png

Verzwakte Spaanse Nederlanden

De Spaanse staatskas was in het midden van de 17de eeuw verarmd uit de Tachtigjarige Oorlog (1566-1648) gekomen. Deze oorlog in de toenmalige Spaanse Nederlanden (= ongeveer het huidige Nederland en België) begon in 1566 met de Beeldenstorm en eindigde met de afscheuring van de Noordelijke Nederlanden, die vanaf 1648 onafhankelijk werden en vanaf dan bekend stonden als de ‘Republiek der Verenigde Provinciën’.

De Zuidelijke Nederlanden bleven onder Spaanse heerschappij, maar het budget voor het leger verminderde drastisch. Vanaf 1680 moesten deze zuidelijke, Spaanse Nederlanden zelf in het nodige geld voorzien om een leger te onderhouden. Het aantal manschappen daalde enorm en was nog slechts voldoende om de garnizoenssteden te bemannen. De troepen bestonden uit Spanjaarden, Italianen, Bourgondiërs, Britten, maar vooral veel Waalse en Duitse soldaten. Velen van hen integreerden in de samenleving en trouwden met lokale vrouwen.


Franse expansiedrang

Ondertussen kende Frankrijk met Lodewijk XIV een lang regerende (1643-1715), absolutistische en ambitieuze vorst, die streefde naar natuurlijke grenzen voor Frankrijk. Zo wou hij o.a. zijn noordelijke grens opschuiven naar de Rijn, waardoor hij zijn oog liet vallen op onze Spaanse Nederlanden. Er volgden in zijn regeerperiode meerdere oorlogen, die grotendeels in onze gebieden werden uitgevochten: de Devolutieoorlog (1667-1668), de Hollandse oorlog (1672-1679) en de Negenjarige Oorlog (1688-1697). Telkens vochten coalities van Europese machten tegen Frankrijk. Bij de vredesonderhandelingen kon de Franse koning de eerste twee oorlogen afsluiten met enige gebiedswinsten. Uit de Negenjarige Oorlog kwamen de Fransen én hun schatkist wat meer gehavend, maar Lodewijk XIV hield toen reeds het oog gericht op de erfopvolging van Spanje.


Spaanse Successieoorlog

De toenmalige koning van Spanje, Karel II, was de laatste mannelijke Spaans-Habsburgse koning. Hij was zowel verstandelijk als lichamelijk gehandicapt, te wijten aan zware inteelt binnen de Habsburgse familie. Toen hij kinderloos stierf op 1 november 1700, bepaalde zijn testament dat de hele erfenis zou overgaan naar de kleinzoon van de nog steeds regerende Franse koning Lodewijk XIV. Lodewijk heerste vanaf toen, namens zijn kleinzoon Filips V van Spanje, over het Spaanse rijk. In 1701 liet hij zijn troepen de Spaanse Nederlanden in bezit nemen. De Duitse keizer Leopold (van de Oostenrijkse tak van de Habsburgse familie) eiste echter de erfenis op en vond bondgenoten bij de Nederlandse Republiek, Engeland en Pruisen, die de Franse expansie immers niet zagen zitten. De Spaanse Successieoorlog begon in 1701 en duurde tot 1713. Na deze oorlog gingen de Zuidelijke Nederlanden over naar de Oostenrijkse Habsburgers: geen ‘Spaanse Nederlanden’ meer, maar ‘Oostenrijkse Nederlanden’.


Onze uitbeelding

Met onze re-enactmentgroep positioneren we ons als ‘Waals’ infanterieregiment in de periode rond de Negenjarige Oorlog en de Spaanse Successieoorlog.

Hoewel we het militaire aspect uitbeelden, verheerlijken we met onze vereniging geenszins het militaire geweld in deze woelige oorlogsperiode. We verdiepen ons wel in de toenmalige historische context en geven tijdens activiteiten dit stukje van onze geschiedenis een 'gezicht' naar het bredere publiek.

We mogen vandaag die periode niet louter bestempelen als kommer en kwel voor de lokale bevolking. Ook toen gold dat "de één zijn dood de ander zijn brood" was.

Het was een context waarin onze bevolking veel ok vond, zolang ze maar niet lastig gevallen werd, o.a. met te hoge belastingen (dit is van alle tijden!). Een context waarin ook onze lokale jongens zich lieten rekruteren en waarin 'onze' adellijke families mee aanvoerders leverden voor de grote legers. Een context waarin lokale entrepreneurs ook een graantje meepikten door voedselleveringen, verkoop van paarden, ... Een context waarin kerken en kloosters kerkgoederen durfden aankopen die de overwinnaars in de buurt geplunderd en gestolen hadden ...

Regio Landen - Zoutleeuw

Net als andere strategisch interessante plekken in het huidige België, bleek ook de regio Landen-Zoutleeuw in de 17de en 18de eeuw een hotspot voor militaire activiteit.

Over een periode van nauwelijks 30 jaar vonden er diverse wapentreffens plaats op het huidige grondgebied van de steden Landen en Zoutleeuw. Het ene gevecht al met meer gevolgen dan het ander. Hieronder een opsomming van deze treffens:

  • 4 mei 1678    Verovering Zoutleeuw door de Fransen vanuit Maastricht (tijdens de Hollandse oorlog)
  • 29 jul. 1693   Eerste Slag bij Neerwinden tussen Frankrijk en de Grote Alliantie (tijdens de Negenjarige oorlog)
  • 8 feb. 1701    Franse troepen in Zoutleeuw (bij begin van de Spaanse Successieoorlog)
  • 18 jul. 1705   Doorbraak Brabantse Linies ter hoogte van het Kasteel van Wange (Spaanse Successieoorlog)
  • 5 aug. 1705   Verovering Zoutleeuw door de geallieerden onder leiding van Marlborough (Spaanse Successieoorlog)


De regio kende in die periode echter een constante aanwezigheid van militairen, o.a. vanwege de rol van Zoutleeuw als vesting. Zoutleeuw, Brabantse grensstad gelegen aan de handelsweg van het Rijnland naar de Noordzee en overgang op de Kleine Gete, kreeg door die ligging een strategische betekenis. In 1670 besloot de centrale regering te Brussel dan ook Zoutleeuw te versterken en er zelfs een citadel te bouwen.

Plan Zoutleeuw 1705

Bron gallica.bnf.fr / Bibliothèque nationale de France

De verdediging van een vestingstad zoals Zoutleeuw was de verantwoordelijkheid van een plaatscommandant of ook wel ‘gouverneur’ geheten. Deze laatste beschikte daartoe over een staf aan permanente medewerkers en het stadsgarnizoen. Doorgaans bestond het stadsgarnizoen uit een compagnie infanterie van 30 tot 200 man. De sargento-mayor was de rechterhand van de gouverneur, voerde het bevel over het garnizoen en stond ook in voor de winterkwartieren. Van oktober tot mei vonden de veldlegers immers een onderkomen in de stad, bij de burgers of in kazernes. Een vast garnizoen, dat zijn aankopen bij de lokale bevolking deed, betekende een injectie van geld in de lokale economie, maar de soldaten oefenden ook een vreemde aantrekking uit op het vrouwvolk. De slogan “voor duit en fluit” vatte de motivatie van deze militairen dan ook goed samen.

Onze keuze voor 'regiment Spinola' rond 1700

Uit archiefonderzoek door periode-expert Erik Wauters bleken er tussen 1677 en 1713 verschillende infanterieregimenten achtereenvolgens ingekwartierd te zijn geweest in Zoutleeuw. Zijn onderzoek baseert zich op de verschillende vermeldingen in de parochieregisters van Zoutleeuw. De namen van regimenten werden hier namelijk in vermeld wanneer een garnizoenssoldaat er huwde, stierf of kinderen liet dopen. De infanterieregimenten die het vaakst werden vermeld zijn:

  • Periode 1677- 1678 Regiment van de Markies van Deinze
  • Periode 1682- 1689 Regiment van de Graaf van Bruay
  • Periode 1689- 1703 Regiment van de Graaf van Bruay


Het ‘regiment Spinola’ behoorde toe tot Philippe Charles Frédéric Spinola (1650-1709), graaf van Bruay en in 1693 ook gouverneur van Namen.


Het regiment was omstreeks 1700 prominent aanwezig in Zoutleeuw, dat toen een vestingstad was met een Spaanse citadel. De graaf zelf was in 1693 betrokken bij de Slag bij Neerwinden (Landen), waar hij gewond geraakte.


De graaf van Bruay was de kolonel-eigenaar (maestro de campo) van dit infanterieregiment (tercio), in dienst van de koning van Spanje. Het was een van de zogenaamde ‘Waalse’ regimenten: permanente legereenheden in de Spaanse Nederlanden, grotendeels samengesteld uit lokaal gerekruteerde manschappen. Zij werden algemeen ‘Waals’ genoemd, ook die regimenten die qua rekrutering en kazernering hun zwaartepunt eerder in de Nederlandstalige delen van de Spaanse Nederlanden hadden.


In 1702 bedroeg de getalsterkte van ‘regiment Spinola’ ongeveer 1.000 man, die tijdens militaire operaties werden ingedeeld in twee bataljons.

Bron: Giancarlo Boeri (2011) Spanish armies in the war of the League of Augsburg - 1688-1697

Deze figuur toont een impressie van hoe het regiment Spinola er omstreeks 1701 uit moet hebben gezien. Van links naar rechts kan men de volgende rollen onderscheiden: een onderofficier (kapitein of luitenant) te herkennen aan de sponton in zijn hand, een tamboer en een soldaat. Ook toont de afbeelding het wapenschild van de familie Spinola. Dergelijk wapenschild werd onder meer aangebracht op de tenten en het zeil van de bagagewagens van het regiment.

Het wapenschild van de familie Spinola

De familie Spinola was een vooraanstaande politieke familie uit Genua (Italië).

Een bekende telg uit de familie was Ambrogio Spinola (1569-1630), militair bevelhebber in de tijd van Filips III van Spanje, in onze streken berucht omwille van o.a. het beleg van Oostende (1601-1604) tijdens de Tachtigjarige Oorlog.


Het wapenschild van de familie toont bovenaan een tekening van een (tap)kraantje dat men gebruikte om wijn te tappen uit een houten ton. In het Italiaans heet dat 'spina di botte'. Het is dus duidelijk een wapenfiguur die zinspeelt op de familienaam. (Heraldische info met dank aan Steven Thiry, beleidsmedewerker SARO)

De familie Spinola bestaat vandaag nog steeds en heeft zelfs een website over de familiegeschiedenis.


Wist je dat de plaats Rixensart (provincie Waals-Brabant) in 1954 de toestemming kreeg om elementen van het Spinola-wapenschild te gebruiken in het gemeentelijk wapen?

Door zijn huwelijk (in 1646) met de dochter van de kasteelheer van Rixensart, werd Philippe Hippolyte Spinola heer van dit kasteel. Samen kregen zij een zoon, Philippe Charles Frédéric Spinola, graaf van Bruay en eigenaar van 'ons regiment Spinola'.

https://www.spinola.it/gli-spinola-nel-mondo/

Onze re-enactmentvlag en -logo

Omdat we niet zomaar een wapenschild van een nog bestaande familie mogen gebruiken, zijn we op zoek gegaan naar alternatieven voor het logo en de vlag van onze re-enactmentgroep.

In vele Spaans-Habsburgse vlaggen en vaandels uit de betreffende periode staat een groot knoestig Sint-Andrieskruis afgebeeld. Dit zou dus sowieso een te gebruiken element zijn.

Toen Erik Wauters ons enkele afbeeldingen bezorgde van vlaggen die buitgemaakt werden in de Slag bij Neerwinden (1693), viel ons oog meteen op deze:

De driehoekjes in twee kleuren doen een beetje denken aan het dambordpatroon in het wapenschild van Spinola.

Ook de gele en rode kleur vinden we terug in beide én in het kapiteinsuniform van ons regiment.

De groene en witte kleur in de vlag doen dan weer denken aan de uniformkleuren van onze soldaat.

Tot welk regiment deze vlag historisch heeft behoord, weten we niet.  

Die oude vlag heeft voor ons alleszins als inspiratie gediend om ons logo en onze re-enactmentvlag te ontwerpen. We namen de vormen en de kleuren over en voegden in het gele veld onze naam 'Regiment Spinola' toe mét de tijdssituering 'anno 1700' erbij om misverstanden met de bekendere Ambrogio Spinola, van honderd jaar eerder, te vermijden.

De familie Spinola - tak van de graven van Bruay

De familie Spinola was oorspronkelijk afkomstig uit Genua (Italië). Voor de tijdsperiode van onze re-enactmentgroep zijn volgende drie personen van belang:

  • Charles Hippolyte-Philippe Spinola, derde graaf van Bruay (ca. 1612-1670). Hij was maistro de campo (kolonel) van een Waals infanterieregiment (tercio) in dienst van Spanje.
  • Zijn zoon Philippe Charles Frédérique  Spinola, geheten "Philippe", vierde graaf van Bruay (ca. 1650-1709), eveneens maistro de campo van een Waals tercio dat zijn naam droeg. In de periode 1688-1702 wordt de aanwezigheid van dit regiment herhaaldelijk vermeld in Zoutleeuw. Philippe diende in het Spaans-Habsburgse leger dat tijdens de Negenjarige Oorlog (1688-1697) streed tegen de Fransen. In de slag bij Neerwinden (1693) raakte hij gewond. Hij bekleedde tal van belangrijke ambten. Zo werd hij in 1695 gouverneur van Namen, destijds een van de belangrijkste vestingsteden. Tijdens de Spaanse Successieoorlog (1701-1713) bleef hij aanvankelijk in dienst van het Spaans-Franse leger (Philips V, kleinzoon van Lodewijk XIV van Frankrijk, was immers koning van Spanje geworden). In 1706 werd dit leger nabij Ramillies verslagen door een internationale alliantie - die Karel III van Oostenrijk  op de Spaanse troon wilde - en verdreven uit Brabant en Vlaanderen. In december 1707 kiest Philippe partij voor Karel III en verkrijgt daarbij voor zijn enige zoon, Cosimo Gabriel Hyacinthe Spinola, amper 19 jaar oud, de graad van kolonel in het geallieerde leger.
  • Cosimo Gabriel Hyacinthe Spinola, enige zoon van Philippe, geboren in 1688, sneuvelt tijdens de verdediging van Douai tegen de Fransen in 1712. Hiermee sterft de familie Bruay-Spinola uit.


Info met dank aan Erik Wauters.

"Waalse" infanterieregimenten & het regiment van de graaf van Bruay (Spinola)

Tijdens de Negenjarige Oorlog (1688-1697) was het infanterieregiment van Philippe Charles Frédérique Spinola (ca. 1650-1709) , graaf van Bruay één van de oudste van de in totaal 18 “Waalse” infanterieregimenten in dienst van de koning van Spanje.
Door geldgebrek waren al deze troepen in zeer slechte staat: ze waren slecht opgeleid, slecht bewapend en onderbemand; sommige regimenten telden slechts een paar tiental soldaten…
Tijdens de veldtochten speelden ze amper een rol en worden vrijwel niet niet vernoemd. Omdat bekend is dat de graaf van Bruay gewond werd tijdens de slag bij Landen van 1693, kan vermoed worden dat zijn regiment deelnam aan de krijgsverrichtingen, maar concrete bronnen hierover ontbreken alsnog.
De Waalse regimenten schijnen vooral dienst te hebben gedaan bij grensbewaking of de verdediging van steden en versterkte plaatsen. Zo wordt de aanwezigheid van het regiment Bruay-Spinola in Zoutleeuw vanaf 1688 geattesteerd, o.m. in de doopregisters van de stad.


Na 1700 volgde een ware metamorfose. Tijdens het Spaans-Franse bewind van Philips V werd het leger grondig hervormd en versterkt. Tot dan bedroeg het totale effectief van het leger niet meer dan 6.000 man infanterie en 2.000 man ruiterij en dragonders.
In 1702 werd de getalsterkte van het Spaanse leger in de Nederlanden opgevoerd tot 36 infanterieregimenten, waarvan 27 “Waalse”, waaronder het regiment Bruay-Spinola. De infanterieregimenten moesten voortaan bestaan uit (een bataljon van) 13 compagnieën van 50 man (voorheen : 10 compagnieën van 30 man). In hetzelfde jaar kregen tien regimenten, waaronder dat van Bruay-Spinola er zelfs een tweede bataljon bij. Het regiment bestond aldus uit 1.300 man, althans in theorie (zie verder).
Omdat er onvoldoende vrijwilligers waren onder de bevolking, besloot men voor het eerst in de geschiedenis tot de dienstplicht en dit door conscriptie : Brabant leverde 9.950 man, Vlaanderen 3.250 en Namen 300 man.


Elke compagnie beschikte over een kapitein, een luitenant, een onderluitenant, twee sergeanten, drie korporaals en 45 soldaten. Het regiment werd aangevoerd door de kolonel (maestro de campo), geassisteerd door een majoor, een assistent-majoor, een wachtmeester, een aalmoezenier en een chirurgijn-majoor.
Maarschalk de Mérode-Westerloo schreef in zijn memoires dat de troepen er prachtig uitzagen: goed gekleed en goed bewapend.


Voortaan speelden de “Waalse” regimenten een actievere rol in de veldtochten en namen onder meer deel aan de slag bij Ekeren (1703) en aan de beroemde veldslag van Höchstädt-Blenheim (1704). Verder onderzoek moet uitwijzen of het regiment Bruay-Spinola effectief aan deze krijgsverrichtingen heeft deelgenomen.
Tijdens de veldtochten van 1702 en 1703 kampeerde het regiment Spinola op tal van plaatsen. In 1702 sloeg het zijn tenten op in Damme, Brugge, Antwerpen, Lier en bewaakte het de sluis van Wijnegem, nabij het “Verbrand Hof”. In een document uit 1703 wordt vermeld dat het bestond uit twee bataljons van resp. 421 en 407 man (14 maart). In datzelfde jaar kampeerde het langs het Kanaal Oostende-Brugge-Gent, tussen Nieuwpoort en Lier en in opnieuw in Damme.


Aan dit alles kwam een abrupt einde in 1706, wanneer de Frans-Spaanse legers van Philips V verslagen worden bij Ramillies door een coalitieleger aangevoerd door de hertog van Marlborough, die de Oostenrijkse keizer Karel VI steunde in zijn aanspraak op de Spaanse troon.
Slechts enkele Waalse regimenten blijven bestaan. Ze volgen Philips V en doen dienst in Spanje.
Dat geldt niet voor het regiment Bruay-Spinola. De graaf kiest partij voor Karel VI. Als beloning krijgt zijn enige zoon, Cosimo Gabriel Hyacinthe Spinola (1688-1712), in 1707 een “nieuw” regiment Spinola, dat voortaan strijd leverde tegen de Fransen.
Een drama voltrok zich in 1712 wanneer Cosimo sneuvelt bij de verdediging van Douai, dat belegerd werd door de Fransen. De tak Bruay-Spinola was daarmee uitgestorven en het regiment werd opgeheven.


Bronnen:

  • Clonard, Serafin Maria Soto y Abbach, conde de -, Historia orgánica de las Armas de Infantería y Caballería españolas desde la creación del ejército permanente hasta el día. Madrid1851-59, 16 volumes.
  • Guillaume, Henri Louis gustave, baron -, Histoire de l’infanterie wallonne sous la maison d’Espagne (1500-1800), in Mémoires de l'Académie royale de Belgique, Tome XLII (1878), pp. 1-246.
  • Vault, F. Eugène de (1717-1790), Mémoires militaires relatifs à la succession d'Espagne sous Louis XIV: extraits de la correspondance de la cour et des généraux. Parijs 1830, 11 volumes.


Erik Wauters, 19 februari 2026

Onderzoeker gezocht!


Een vervolgonderzoek om meer te weten te komen over Regiment Spinola zal de uitbeelding enkel ten goede kunnen komen. Erik Wauters raadt hiervoor aan het archief van de contadorie en pagadorie van het Spaans-Nederlandse leger te raadplegen. Het is volgens hem dé bron voor onderzoek naar militairen in Spaanse dienst omstreeks 1700. Alle administratie, betalingen, etc. verliepen namelijk langs deze instellingen, één van de belangrijkste van het ancien regime. De monsterrollen, patentbrieven en nummers over het garnizoen van Zoutleeuw zullen hierbij de interessantste bron van informatie vormen.

Privacybeleid

OK
Stuur een e-mail